De bloedknoop is een van de meest gebruikte knopen bij het vissen en dient om twee vislijnstukken met elkaar te verbinden. Je gebruikt hem bij het vissen wanneer je twee monofile lijnen aan elkaar wilt knopen, bijvoorbeeld om een onderlijn aan je hoofdlijn te bevestigen of om een gebroken lijn te repareren. De knoop is sterk, compact en trekt zichzelf bij belasting verder vast.
Wanneer gebruik je de bloedknoop bij het vissen?
De bloedknoop werkt het beste wanneer je twee lijnen van vergelijkbare dikte aan elkaar knoopt. Denk aan een fluorcarbon onderlijn die je aan een monofile hoofdlijn verbindt, of het samenvoegen van twee stukken nylonlijn. Zijn de lijnen te verschillend in diameter, dan is de trekkracht onevenwichtig verdeeld en kan de knoop slippen. Als vuistregel geldt: lijnen die meer dan twee maten van elkaar afwijken combineer je beter met een andere knoop, zoals de uni-knoop.
Bij strandvissen, kajakvissen en garnalenvissen is de bloedknoop populair omdat hij slank blijft. Hij gaat soepel door de gidsen van een hengel en trekt niet bij het inrollen van de lijn op je molen. Dat maakt hem praktischer dan een visserszwanenhals of een dubbele visservloek, die meer volume hebben.
Bloedknoop vissen: stap voor stap
Leg beide lijneinden over elkaar, zodat ze elkaar voor een stuk of vijftien centimeter overlappen. Dat geeft je genoeg werkruimte om de wikkelingen netjes te maken.
- Pak het ene lijneinde en wikkel dit vijf tot zeven keer om de andere lijn. Vijf slagen is voldoende voor dunnere lijnen; dikker materiaal vraagt soms iets minder slagen omdat het stiever is.
- Steek het loshangende uiteinde terug door de opening in het midden van de wikkelingen, precies op de plek waar de twee lijnen kruisen.
- Herhaal dit aan de andere kant: wikkel het tweede lijneinde ook vijf tot zeven keer om de eerste lijn en steek het uiteinde door dezelfde centrale opening, maar dan van de andere kant.
- Maak de knoop nat met speeksel of water. Droge nylon verhit bij het aantrekken, wat de lijn verzwakt.
- Trek beide lijnen gelijkmatig en langzaam aan terwijl je de wikkelingen naar het midden laat schuiven. De knoop vormt dan een symmetrische spiraal.
- Knip de uitstekende uiteinden kort af, laat maximaal één millimeter staan zodat de knoop niet losraakt.
Hoe sterk is de bloedknoop?
Een goed uitgevoerde bloedknoop haalt gemiddeld zo’n 85 tot 95 procent van de breuksterkte van de lijn zelf. Dat is sterk genoeg voor de meeste vissoorten. De sterkte valt of staat met twee dingen: het aantal wikkelingen en hoe nat je de knoop maakt voor het aantrekken. Een droog aangetrokken knoop kan aanzienlijk zwakker uitvallen, omdat de wrijvingswarmte het nylon aantast.
Wil je de knoop testen voor je gaat vissen, trek er dan stevig aan met beide handen. Een goed gezette bloedknoop geeft niet mee en laat geen wikkelingen losser worden. Voelt er iets onregelmatigs, maak hem dan opnieuw. Een paar minuten extra bij het optuigen scheelt een vis die afbreekt.
Veelgemaakte fouten bij het leggen van de bloedknoop
De meest voorkomende fout is dat vissers de twee lijneinden door de opening stoppen in dezelfde richting. Dan trekt de knoop niet goed samen en verlies je veel sterkte. Zorg altijd dat de twee uiteinden van tegengestelde kanten door de centrale opening komen.
Een tweede valkuil is te weinig overlapping. Met maar vijf centimeter werkruimte is het lastig om strakke, regelmatige wikkelingen te maken. Neem altijd iets meer lijn dan je denkt nodig te hebben. Het restant knip je toch weg.
Tot slot: de bloedknoop werkt niet op gevlochten lijn (braid). Gevlochten lijn is glad en de wikkelingen kunnen eraf glijden, ook bij veel slagen. Gebruik voor braid een andere verbindingsknoop, zoals de Alberto-knoop of de FG-knoop.
Oefen de bloedknoop thuis een paar keer met wat overtollige lijn voordat je hem aan het water legt. Na vijf of zes keer gaat het bijna vanzelf, ook bij wind of kouder weer. Dat is het moment waarop je hem echt vertrouwt.