Bij het serveren in padel geld een duidelijke set regels: je slaat de bal diagonaal over het net, na één stuit op de grond, en de bal moet landen in het servicevak van de tegenstander. De opslag wordt altijd van onderaf geslagen, met de bal op hoogte van de heupen of lager. Wie deze regels kent, voorkomt vervelende foutservices en discussies op de baan.
De basisregels voor padel serveren
De service begint altijd rechts van de middellijn. Je staat achter de servicelijn en slaat de bal naar het diagonaal tegenoverliggende servicevak. Dat vak is 7 bij 5 meter groot. De bal moet in dat vak landen, zonder het net te raken.
Voordat je slaat, laat je de bal één keer stuiten op de grond achter de servicelijn. Je mag de bal niet gooien en direct slaan, zoals bij tennis. Die stuit is verplicht. Daarna sla je de bal met de racket op heuphoogte of lager. Een opslag van boven de heupen is een fout.
Na de stuit op de grond raak je de bal met je racket, en de bal moet over het net gaan zonder het te raken. Vervolgens mag de bal de zijwand of achterwand in het servicevak van de tegenstander niet raken voordat hij de grond raakt. Raakt de bal direct na het net een glazen wand, dan is dat een foutservice.
Padel regels serveren: waar sta je precies?
Beide spelers van het serverende team staan achter de servicelijn. De server staat achter het vak van waaruit geserveerd wordt. De partner mag overal achter de servicelijn staan, maar mag de tegenstander niet afleiden. Na de service mogen beide spelers vrij bewegen op hun helft.
Je voeten mogen de servicelijn tijdens de opslag niet overschrijden. Je mag tijdens de service ook niet springen. Eén voet moet op de grond blijven op het moment dat je de bal raakt. Laat je beide voeten los van de grond, of stap je over de lijn, dan is dat een voetfout.
Diagonaal wisselen na elke game
Aan het begin van een game serveert altijd hetzelfde team. Binnen dat team wisselen de spelers elke keer van kant: de eerste service gaat vanuit het rechter vak, de tweede vanuit het linker vak, en zo verder. Na elke gewonnen game wisselt het recht van opslag naar het andere team.
Twee kansen, net als bij tennis
Je hebt bij iedere service twee pogingen. Mis je de eerste opslag (door een voetfout, een bal in het net of een bal buiten het servicevak), dan krijg je een tweede kans. Mis je ook die, dan verlies je het punt direct. Dat heet een dubbele fout.
Er is één uitzondering: de “let”. Als de bal het net raakt maar daarna toch in het juiste servicevak belandt, mag je de service overdoen. Dit geldt voor zowel de eerste als de tweede service. Het punt wordt dan niet gespeeld en je mag opnieuw beginnen.
Veelgemaakte fouten bij de service
- De bal te hoog raken: de bal moet op heuphoogte of lager geraakt worden op het moment van contact.
- Over de servicelijn stappen: een voetfout kost je direct die poging.
- Serveren zonder stuit: de bal moet eerst de grond raken voordat je slaat.
- Verkeerd vak: de bal landt in het eigen servicevak of buiten de lijnen.
- De bal raakt eerst de zijwand: in het servicevak moet de bal eerst de grond raken, niet de wand.
Wie de serveerregels in padel eenmaal goed kent, merkt dat ze logisch en overzichtelijk zijn. De onderhandse slag, de verplichte stuit en het diagonale servicevak zijn de drie ankerpunten om op te letten. Oefen de service bewust, want een betrouwbare opslag is in padel een groot voordeel: je bepaalt zelf hoe elk punt begint.