Padel termen zijn de woorden en uitdrukkingen die je gebruikt om slagen, situaties en technieken op de padelcourt te beschrijven. Veel van deze termen komen uit het Spaans, omdat padel zijn oorsprong heeft in Spanje en Mexico. Of je nu net begint of al een tijdje speelt: als je de belangrijkste padel termen kent, begrijp je je trainer beter, volg je wedstrijden makkelijker en communiceer je soepeler met je spelpartner.
Hieronder vind je een overzicht van de meest gebruikte termen, gerangschikt op onderwerp. Van basisslag tot gevorderde muurslag, van serveren tot scoren.
Slagtermen in het padel: van volley tot cuchilla
De meeste padel termen die je op de baan hoort, gaan over slagen. Een aantal daarvan heeft geen goede Nederlandse vertaling en wordt gewoon in het Spaans gebruikt.
- Volea (volley): een slag waarbij je de bal raakt vóórdat hij de grond raakt. Je speelt deze slag vaak dicht bij het net.
- A bote pronto (half volley): een slag waarbij je de bal raakt direct ná de eerste stuit op de grond. Dit vraagt om snelle reflexen en een goed gevoel voor timing.
- Bajada de pared: letterlijk “afdaling van de muur”. Dit is een slag die je speelt ná een hoge stuit van de bal tegen de achterwand. Je raakt de bal terwijl hij naar beneden komt, bij voorkeur laag en hard.
- Cuchilla: ook een slag ná een hoge stuit tegen de wand, maar uitgevoerd met een snijdende beweging (“cuchilla” betekent mes in het Spaans). Het is een technische slag die veel oefening vraagt.
- Bandeja: een soort smash die je schuin speelt, waardoor de bal laag en gecontroleerd terugkomt. Handig als je de bal niet hard genoeg kunt smassen.
- Vibora: een gevanceerde slag die lijkt op de bandeja, maar met een sterkere zijwaartse beweging. De bal krijgt hierdoor een lastige draaiing mee.
- Smash: een krachtige bovenhandse slag, bedoeld om het punt direct te winnen. Vergelijkbaar met de smash in tennis.
- Lob: een hoge, boogvormige slag over je tegenstanders heen. Goed uitgevoerd dwingt een lob je tegenstanders terug naar de achterwand.
- Globo: de Spaanse term voor een lob.
- Dejada (of dropp): een zachte slag vlak over het net, zodat de bal zo kort mogelijk speelt. Lastig te bereiken voor je tegenstander.
- Remate: Spaans voor smash, een afmakende slag.
Termen over de muur en het speelveld
Padel speelt zich af in een glazen en metalen kooi, en de muren zijn een actief onderdeel van het spel. Dat levert specifieke padel begrippen op die je in geen andere racketsport tegenkomt.
- Pared: Spaans voor muur of wand. “Jugar con la pared” betekent de muur meespelen.
- Cristal: de glazen achterwand of zijwand van de baan.
- Malla: het metalen hekgedeelte boven de glazen wanden. De bal kan ook tegen de malla springen en in het spel blijven.
- Fondo: de achterkant van de baan, bij de achterwand.
- Red: het net. De hoogte in het midden is 88 centimeter, aan de zijkanten 92 centimeter.
- T: het punt op de baan waar de servicelijn en de middenlijn samenkomen. Servers mikken hier vaak op.
Service en spelverloop: wat betekent wat?
Ook rondom de service en het spelverloop gebruik je specifieke termen die je goed moet kennen als padelspeler.
- Saque: de opslag of service. Je slaat de bal onderarms na een stuit op de grond.
- Falta: een fout of servicefout. Bij twee fouten achter elkaar verlies je het punt.
- Let: als de opgegooide bal het net raakt en toch goed valt, wordt de service overgedaan. Dit heet een let.
- Ace: een service die de tegenstander niet kan retourneren. Zeldzaam in padel door de lage serveerbeweging, maar het bestaat.
- Punto de oro (gouden punt): bij 40-40 (deuce) speelt men in padel vaak een gouden punt. De ontvangende partij kiest welke kant ze de service verwacht en het punt is direct beslissend. Geen eindeloze deuce-reeksen.
- Deuce: gelijkstand bij 40-40. Afhankelijk van het toernooi of de afspraak wordt dit uitgespeeld met een gouden punt of met voordelen (advantage).
- Ventaja (advantage): het voordeel na een deuce. De speler of het paar met ventaja wint bij het volgende punt het spel.
Posities en tactische padel termen
Padel is een dubbel- en teamspel. De positie die je inneemt en de tactiek die je kiest, hebben ook eigen termen.
- Red (aan het net): de aanvallende positie dicht bij het net. Een team dat de net-positie inneemt heeft een groot voordeel.
- Fondo (achteraan): de verdedigende positie bij de achterwand.
- Cruzado: een diagonale slag, gespeeld naar de overkant van de baan.
- Paralelo: een slag langs de zijlijn, parallel aan de kant. Ook wel “al palo” (langs de paal) genoemd.
- Por tres paredes: een situatie waarbij de bal drie muren raakt. Dit gebeurt bij een krachtige slag die de achter- en zijwanden aanraakt. Heel lastig te retourneren.
- Chiquita: een laag gespeelde bal vlak over het net op de voeten van de tegenstander die aan het net staat. Dwingt de tegenstander in een moeilijke positie.
- Contrapared: een slag waarbij jij als verdediger een bal terugslaat via de eigen achterwand, als reactie op een aanval.
Veelgebruikte padel termen voor beginners op een rij
Als je net begint met padel, zijn dit de termen die je het eerst tegenkomt. Het loont om ze gewoon te onthouden als een lijstje:
| Term | Betekenis |
|---|---|
| Volea | Volley (voor de stuit) |
| A bote pronto | Half volley (direct na stuit) |
| Lob / globo | Hoge boogbal over tegenstanders |
| Smash / remate | Krachtige bovenhandse slag |
| Bandeja | Gecontroleerde schuine smash |
| Bajada de pared | Slag na hoge stuit van de muur |
| Dejada | Zachte dropshot vlak over net |
| Punto de oro | Gouden beslispunt bij 40-40 |
| Saque | Service / opslag |