De dan graden in judo zijn de zwarte band niveaus die aangeven hoe ver een judoka is gevorderd. Vanaf de eerste dan (shodan) begint de zwarte band, en in theorie loopt de schaal door tot de tiende dan. Elke graad staat voor een combinatie van technische vaardigheid, wedstrijdervaring, tijdsduur en bewezen verdienste voor de sport.
Judo kent twee grote systemen naast elkaar: de kyu-graden (de gekleurde banden voor beginners en gevorderden) en de dan-graden (de zwarte band niveaus). Dit artikel gaat over die laatste categorie.
Overzicht van de dan graden in judo
Er zijn in totaal tien dan niveaus in judo. De eerste vijf worden doorgaans aangeduid als de “actieve” dan graden, waarbij judoka’s nog regelmatig trainen en deelnemen aan wedstrijden of examens. De hogere dan graden worden vrijwel altijd toegekend als erkenning voor een leven lang bijdrage aan judo, niet puur op basis van vechttechniek.
- 1e dan (shodan): de eerste zwarte band. Je hebt de basis volledig onder de knie en kunt op een gevorderd niveau judo beoefenen.
- 2e dan (nidan): verdere verdieping in techniek en inzicht. Je laat zien dat de eerste dan geen toeval was.
- 3e dan (sandan): een duidelijk hoger technisch niveau, vaak gecombineerd met ervaring als trainer of scheidsrechter.
- 4e dan (yondan): voor de meeste judoka’s het hoogst haalbare op basis van puur sportieve prestaties gedurende een actieve carrière.
- 5e dan (godan): toegekend aan judoka’s met jarenlange bewezen prestaties én een grote bijdrage aan de judosport buiten de mat.
- 6e dan (rokudan): vanaf hier draagt de judoka traditioneel een rode en witte band in plaats van een zwarte band.
- 7e dan (shichidan): uiterst zeldzaam, voor mensen die decennia aan de sport hebben bijgedragen.
- 8e dan (hachidan): nog zeldzamer. Draagt ook de rode en witte band.
- 9e dan (kudan): uitzonderlijk. Wereldwijd zijn er op elk moment slechts een handvol judoka’s met deze graad.
- 10e dan (judan): de rode band. In de geschiedenis van judo is deze graad slechts aan een zeer klein aantal mensen toegekend, waaronder Jigoro Kano (de grondlegger van judo) zelf.
Hoe behaal je een hogere dan graad?
Voor de lagere dan graden (1 tot en met 4) gelden bij de meeste nationale judofederaties vaste criteria. Je hebt punten nodig uit wedstrijden, een minimale wachttijd tussen graden, een technisch examen en soms een rol als trainer of scheidsrechter. De exacte eisen verschillen per bond, maar de hoofdlijn is overal vergelijkbaar.
Tussen de eerste en tweede dan zit bij de meeste bonden een minimumtermijn van twee jaar. Tussen de tweede en derde dan is dat doorgaans drie jaar, en tussen de derde en vierde dan vier jaar. Dit zijn minimumtermijnen: in de praktijk duurt het voor de meeste judoka’s langer.
Vanaf de vijfde dan speelt wedstrijdsucces steeds minder een rol. Dan tellen dingen mee zoals hoe lang je al actief bent als coach, wat je hebt betekend voor je club of bond, en hoeveel judoka’s je hebt opgeleid. De hogere dan graden worden niet aangevraagd, maar toegekend door de nationale of internationale bond (de IJF, de International Judo Federation).
De betekenis van de band kleur bij hoge dan graden
De meeste mensen kennen de zwarte band als symbool van een dan graad. Dat klopt voor de eerste vijf dan niveaus. Maar bij de zesde, zevende en achtste dan draagt een judoka traditioneel een rode en witte blokjesband. Dat is een duidelijk visueel onderscheid dat de uitzonderlijke status van deze judoka’s aangeeft. Vanaf de negende dan is de band volledig rood. In de dagelijkse training dragen veel hooggedagrade judoka’s gewoon een zwarte band, maar bij officiële gelegenheden is de juiste band gebruikelijk.
Hoe zeldzaam zijn de hoge dan graden?
De eerste, tweede en derde dan zijn voor serieuze judoka’s haalbaar als je jaren consistent traint en wedstrijden doet. De vierde dan is al beduidend zeldzamer. De vijfde dan behalen is voor de meeste judoka’s het maximum van wat realistisch is. Hoger dan dat kom je vrijwel uitsluitend mensen tegen die hun hele leven aan judo hebben gegeven, zowel op de mat als daarbuiten als trainer, bestuurder of technisch expert.
De tiende dan is in de moderne judogeschiedenis slechts een handvol keren uitgereikt. Jigoro Kano, die judo in 1882 ontwikkelde, wordt vaak als de maatstaf gezien. De IJF hanteerde lange tijd de lijn dat de tiende dan feitelijk alleen postuum of in uitzonderlijke gevallen wordt verleend.
Dan graden in judo versus andere vechtsporten
Het dan-systeem in judo is het originele systeem; Jigoro Kano introduceerde het in de late negentiende eeuw. Andere vechtsporten zoals karate, taekwondo en jiujitsu hebben het systeem later overgenomen, soms met aanpassingen. In taekwondo loopt de schaal ook tot tien, in karate varieert het per stijl. Het verschil is dat judo al vroeg een gestandaardiseerd systeem via de Kodokan (het hoofdkwartier van judo in Japan) had, wat het systeem wereldwijd consistent maakt.
Als je wilt weten hoe ver je bent gevorderd in judo, zeggen de dan graden iets objectiefs: niet alleen over techniek, maar over de breedte van je bijdrage aan de sport. Voor de meeste mensen is de eerste zwarte band al een flinke prestatie. Elke stap daarna vereist meer tijd, inzet en verantwoordelijkheid dan de vorige.